noun
lepel
A2
Löffel betekent ‘lepel’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Löffel; het meervoud blijft gelijk: die Löffel. Genitief enkelvoud: des Löffels. Een heel gewoon woord voor bestek; de umlaut ö blijft ook in het meervoud staan.
Voorbeelden
Die Köchin suchte den Löffel, weil er für das Rezept gebraucht wurde.
De kokkin zocht de lepel, omdat die nodig was voor het recept.
Ich brauche einen Löffel für die Suppe.
Ik heb een lepel nodig voor de soep.
Der Löffel steht neben der Schüssel.
De lepel staat naast de kom.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een lepel (Löffel) voor die soep opschept
Löffel klinkt een beetje als „loaf-full” (stel je een lepel vol eten voor)
der Löffel — mannelijk: stel je een mannelijke chef met een lepel voor
Opmerkingen
Het meervoud is vaak hetzelfde: «die Löffel». De umlaut blijft in alle vormen behouden.