Loch

noun
gat, opening, hol
B1

Loch is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „gat”, „opening” of „holte”. Meervoud: Löcher, met umlaut. Je zegt das Loch; genitief enkelvoud: des Lochs. Veel gebruikt voor een gat in een muur, kleding of voorwerp. Regelmatige verbuiging, met klinkerverandering in het meervoud.

Voorbeelden

Es ist ein großes Loch im Reifen, wir müssen es reparieren.
Er zit een groot gat in de band, we moeten het repareren.
Ich habe ein Loch.
Ik heb een gat.
Der Arbeiter deckte das Loch ab, nachdem der Regen aufgehört hatte.
De arbeider bedekte het gat nadat de regen was gestopt.

Details

MeervoudLöcher

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Lochdie Löcher
genitivedes Lochsder Löcher
dativedem Lochden Löchern
accusativedas Lochdie Löcher

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een donut voor met een groot ‘Loch’ in het midden.
👂Klinkt als ‘lock’, maar stel je een ontbrekend slot voor = een gat.
⚧️Das Loch — visualiseer een neutraal object (een gat) als ‘das’.

Opmerkingen

Loch is een veelvoorkomend onzijdig zelfstandig naamwoord dat gat of opening betekent; het meervoud is onregelmatig (Löcher).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek