noun
eiland
A2
Insel is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘eiland’, dus een stuk land omringd door water. Meervoud: Inseln. De verbuiging is regelmatig met -n in het meervoud. Voor plaats gebruik je vaak auf der Insel. Veel voorkomend in geografie en reizen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir verbringen den Urlaub auf einer kleinen Insel.
We brengen de vakantie door op een klein eiland.
Wir fahren auf eine Insel.
We gaan naar een eiland.
Die Forscher untersuchten die Insel, nachdem das Schiff anlegte, weil neue Proben gesammelt werden sollten.
De onderzoekers onderzochten het eiland nadat het schip aanlegde, omdat er nieuwe monsters moesten worden verzameld.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een klein eiland (Insel) met palmbomen voor.
Zoals Engels 'isle' — Insel klinkt vergelijkbaar.
Die Insel — veel geografische begrippen zoals 'die Halbinsel' zijn vrouwelijk.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Insel is vrouwelijk (die Insel). Meervoud: Inseln.