adjective
gelijktijdig, tegelijkertijd
B1
gleichzeitig betekent „tegelijkertijd” of „op hetzelfde moment”. Het kan als bijvoeglijk naamwoord of bijwoord gebruikt worden: als adjectief krijgt het de gewone uitgangen, als bijwoord blijft het onveranderd. Er is geen vergrotende of overtreffende trap. Handig voor gelijktijdige handelingen.
Voorbeelden
Die Konferenz fand gleichzeitig in drei Städten statt.
De conferentie vond gelijktijdig plaats in drie steden.
Er versucht, zu arbeiten und gleichzeitig seinem Sohn zuzuhören.
Hij probeert te werken en tegelijkertijd naar zijn zoon te luisteren.
Die beiden Prüfungen begannen gleichzeitig, sodass viele Studenten unter Druck gerieten.
De twee examens begonnen tegelijk, waardoor veel studenten onder druk kwamen te staan.
Details
Ezelsbruggetjes
Twee klokken waarvan de wijzers precies gelijk staan en dezelfde tijd aangeven; beide gebeurtenissen gebeuren samen.
Denk aan «gleich» = «same» + «zeitig» ~ «timing» → dezelfde timing.
Opmerkingen
«Gleichzeitig» wordt gebruikt om gebeurtenissen te beschrijven die op hetzelfde moment plaatsvinden. Als bijvoeglijk naamwoord/bijwoord combineert het vaak met werkwoorden van gebeuren of handelen. Het wordt niet vaak in de vergrotende trap gebruikt.