adjective
gelijkberechtigd, gelijkwaardig
B1
gleichberechtigt betekent ‘gelijkberechtigd’ of ‘met gelijke rechten’. Het is een participiaal bijvoeglijk naamwoord, gevormd van gleichberechtigen. Niet vergrotend of overtreffend; beschrijft gelijkheid in rechten of status.
Voorbeelden
Die Gewerkschaft bestand darauf, dass alle Arbeitnehmer gleichberechtigt blieben, obwohl einige Abteilungen mehr Unterstützung verlangten.
De vakbond stond erop dat alle werknemers gelijk bleven, hoewel sommige afdelingen meer steun eisten.
Alle Mitarbeiter sind gleichberechtigt.
Alle werknemers hebben gelijke rechten.
In der modernen Gesellschaft sollten Männer und Frauen gleichberechtigt sein.
In de moderne samenleving zouden mannen en vrouwen gelijke rechten moeten hebben.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een evenwichtige weegschaal voor met aan beide kanten twee mensen, gelabeld ‘gleich’ — gelijke rechten voor beiden.
Denk aan ‘gleich’ = ‘like’ (gelijkend) + ‘berechtigt’ = ‘beright’ → beiden hebben rechten.
Opmerkingen
Afgeleid van een deelwoordvorm van een werkwoord (gleichberechtigen). Gebruikt in contexten over rechten, gelijkheid en non-discriminatie. Wordt doorgaans niet in vergrotende trap gebruikt.