Glück

noun
geluk, fortuin
A1

Glück betekent zowel ‘geluk/pechloosheid’ als ‘geluk’ in de zin van innerlijk geluk. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Glück, meestal niet-telbaar; het meervoud die Glücke is zeldzaam. Genitief: des Glücks. Veel gebruikt in Glück haben en zum Glück.

Voorbeelden

Der Spieler hatte Glück, weil der Gegner einen Fehler machte.
De speler had geluk, omdat de tegenstander een fout maakte.
Ich habe Glück.
Ik heb geluk.
Viel Glück bei der Prüfung!
Veel succes met het examen!

Details

Meervouddie Glücke (rare)

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Glückdie Glücke
genitivedes Glücksder Glücke
dativedem Glückden Glücken
accusativedas Glückdie Glücke

Ezelsbruggetjes

👁️stel je een klavertjevier voor voor geluk
👂Glück ~ ‘geluk’ — denk aan vreugde
⚧️das Glück — onzijdig: denk aan een abstract ‘das’-begrip

Opmerkingen

Vaak niet-telbaar wanneer het gaat om ‘geluk’ of ‘goede fortuin’.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek