gleich

adverb
meteen, dadelijk, zo meteen
A1

gleich (bijwoord) betekent meestal ‘meteen’, ‘direct’ of, afhankelijk van de context, ‘straks’. Het is een tijdsbepalend bijwoord, onveranderlijk en zonder voorzetsel. Heel gebruikelijk in de spreektaal: Ich komme gleich = ik kom zo.

Voorbeelden

Komm gleich hierher!
Kom meteen hierheen!
Er kam gleich, nachdem das Meeting beendet war.
Hij kwam meteen nadat de vergadering was afgelopen.
Die Antwort kommt gleich.
Het antwoord komt zo.

Details

Typetemporal

Ezelsbruggetjes

👁️Visualiseer een klokwijzer die naar «nu» wijst terwijl je «gleich» zegt.
👂Denk aan «gleich away» — meteen.

Opmerkingen

«gleich» als bijwoord betekent vaak «over een ogenblik» of «onmiddellijk»; de context bepaalt de nuance.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek