adjective
glad, glibberig
B1
glatt betekent ‘glad’ of ‘glibberig’. Het is gradabel: glatter, am glattesten. Antoniem: rau. Je gebruikt het voor oppervlakken, maar ook figuurlijk: es lief glatt = het verliep soepel. Het buigt als een gewoon Duits bijvoeglijk naamwoord.
Voorbeelden
Die Straße war glatt, sodass mehrere Autos ins Schleudern gerieten, obwohl die Stadt zuvor gestreut hatte.
De weg was glad, waardoor meerdere auto's gingen slippen, hoewel de stad er eerder zout op had gestrooid.
Nach dem Regen ist der Gehweg glatt.
Na de regen is het trottoir glad.
Die Fläche des Tisches ist glatt.
Het oppervlak van de tafel is glad.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een glanzend, glasachtig oppervlak zonder bobbels voor — helemaal glad.
Klinkt een beetje als Engels 'glad' — stel je gladheid en tevredenheid voor.
Opmerkingen
Veelvoorkomend bijvoeglijk naamwoord met meerdere betekenissen: 'glad' (oppervlak), 'glibberig' (gevaarlijk onder de voeten), en informeel 'helemaal' zoals in 'glatt gelogen' (glashard gelogen).