Fußgänger

noun
voetganger
B1

Fußgänger (m., meervoud gelijk aan enkelvoud: Fußgänger) betekent ‘voetganger’. Mannelijk zelfstandig naamwoord; de meervoudsvorm ziet er hetzelfde uit als het enkelvoud, alleen het lidwoord verandert. Genitief: des Fußgängers; datief meervoud: den Fußgängern.

Voorbeelden

Der Fußgänger überquerte die Straße bei Rot.
De voetganger stak de straat over bij rood licht.
Der Fußgänger überquerte die Straße an der Ampel.
De voetganger stak de straat over bij het verkeerslicht.
Die Stadt plante breitere Gehwege, damit die Fußgänger abends sicherer gehen könnten.
De stad plande bredere stoepen, zodat voetgangers ’s avonds veiliger konden lopen.

Details

MeervoudFußgänger

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Fußgängerdie Fußgänger
genitivedes Fußgängersder Fußgänger
dativedem Fußgängerden Fußgängern
accusativeden Fußgängerdie Fußgänger

Ezelsbruggetjes

👁️Imaginez quelqu’un qui marche sur le trottoir avec un panneau de piéton.
👂Foot + « gänger » ressemble à « goer » — un marcheur à pied = un piéton.
⚧️Masculin : « der Fußgänger » — pensez à « der Mann » (homme).

Opmerkingen

Forme masculine pour un piéton de sexe masculin ; la forme féminine est « Fußgängerin ». Le pluriel est « Fußgänger ».

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek