frei

adjective
vrij, gratis
A1

frei betekent „vrij”, „beschikbaar” of „gratis”. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord (freier, am frei(e)sten) en kan ook adverbiaal gebruikt worden. Handige combinaties: frei von, frei haben. Gebruik het voor een vrije plaats, gratis toegang of vrije tijd.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Die Mitarbeiter waren einen Tag frei, weil das Büro wegen eines Stromausfalls geschlossen war.
De medewerkers hadden een vrije dag omdat het kantoor gesloten was vanwege een stroomstoring.
Am Wochenende habe ich frei.
In het weekend ben ik vrij.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.GRADABLEVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.COMPARATIVEfreier
VOCABULARY.DETAILS.SUPERLATIVEam frei(e)sten
VOCABULARY.DETAILS.PARTICIPLEVOCABULARY.DETAILS.NO

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een persoon voor met gebroken kettingen en het label «frei».
👂Zoals het Engelse «free» — hetzelfde geluid en dezelfde betekenis.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Kan «vrij» betekenen in de zin van zonder beperking of «gratis» in de zin van zonder kosten; de context beslist.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS