verb
vragen, informeren
A1
fragen is een regelmatig zwak werkwoord en betekent „vragen” of „informeren”. Het staat vaak met een lijdend voorwerp: jemanden fragen. Voor „naar iets vragen” gebruik je nach + datief: nach etwas fragen. Voltooid deelwoord: gefragt.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe ihn gefragt.
Ik vroeg het hem.
Ich möchte dich etwas fragen.
Ik wil je iets vragen.
Darf ich Sie etwas fragen?
Mag ik u iets vragen?
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
stel je iemand voor die zijn hand opsteekt en «vraagt» — label het «fragen»
klinkt als Engels «frag» (ondervragen) — onthoud: fragen = vragen
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Regelmatig zwak werkwoord. Vaak gebruikt met «nach»: «fragen nach».