adjective
vloeiend, vloeiend sprekend
B1
fließend betekent ‘vloeiend’ of ‘vloeiend/goed’ bij taal en vaardigheden. Het is een deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord van fließen en kan ook bijwoordelijk gebruikt worden: fließend sprechen. Vergelijking: fließender, am fließendsten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Tänzerin bewegte sich fließend zur Musik.
De danseres bewoog zich vloeiend op de muziek.
Sie spricht fließend Deutsch.
Zij spreekt vloeiend Duits.
Die Studentin sprach fließend Spanisch, obwohl sie erst vor zwei Jahren mit dem Kurs anfing.
De studente sprak vloeiend Spaans, hoewel ze de cursus pas twee jaar geleden begon.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je zijde voor die soepel in de wind beweegt — dat is «fließend».
Klinkt als het Engelse «fluent» / «flowing» — beide geven hetzelfde soepele beeld.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Een deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord afgeleid van het werkwoord « fließen ». Het kan beweging beschrijven (vloeiend) en taalvaardigheid (vloeiend).