verb
ontslaan, afzetten, vrijlaten
B1
entlassen betekent ‘ontslaan’, ‘laten gaan’ of ‘ontslaan uit het ziekenhuis’. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: Präteritum entließ, voltooid deelwoord entlassen, tegenwoordige tijd entlässt. Meestal met lijdend voorwerp: jemanden entlassen. Niet scheidbaar en niet wederkerig.
Voorbeelden
Die Firma entlässt Mitarbeiter.
Het bedrijf ontslaat werknemers.
Der Chef entließ den Mitarbeiter, nachdem ein Fehler wiederholt aufgetreten war.
De baas ontsloeg de werknemer nadat er herhaaldelijk een fout was opgetreden.
Er ist entlassen worden.
Hij is ontslagen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kantoordeur voor met een bordje «Je bent vrijgesteld» terwijl iemand met een klein doosje naar buiten loopt
klinkt als «ent + lass» — denk aan «laten gaan» (lass = laat)
Opmerkingen
«entlassen» is meestal transitief (iemand ontslaat iemand). Het voorvoegsel «ent-» is onscheidbaar. In passieve contexten is «entlassen werden» gebruikelijk (ontslagen worden).