noun
disco, nachtclub
A2
Disco is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent „discotheek” of „nachtclub”. Lidwoord: die Disco; meervoud: die Discos. Het meervoud volgt de gewone leenwoordvorming. Eenvoudige verbuiging, vaak in spreektaal.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir gehen heute Abend in die Disco.
We gaan vanavond naar de disco.
Die Polizei schloss die Disco, nachdem mehrere Beschwerden eingegangen waren, weil die Nachbarn sich beschwert hatten.
De politie sloot de discotheek nadat er meerdere klachten waren binnengekomen, omdat de buren hadden geklaagd.
Gehen wir heute Abend in die Disco?
Gaan we vanavond naar de disco?
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een dansvloer vol gekleurde lichten voor met een bord «Disco».
Hetzelfde als het Engelse «disco».
Die -> stel je een grote discobal voor met «die» erop geschilderd om het vrouwelijke lidwoord te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Informele term voor nachtclub. Alternatieve spelling: «Disko».