Decke

noun
deken, plafond, afdekking, hoes
B1

Decke betekent ‘deken’, ‘plafond’ of ‘bedekking/hoes’, afhankelijk van de context. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Decke. Meervoud: Decken. De verbuiging is regelmatig. Voorbeelden: an der Decke = ‘aan het plafond’, eine Decke = ‘een deken’.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Zieh eine Decke über dich, damit du nicht frierst.
Doe een deken over je heen zodat je het niet koud krijgt.
Die Decke im Wohnzimmer ist weiß und hoch.
Het plafond in de woonkamer is wit en hoog.
Ich brauche eine warme Decke.
Ik heb een warme deken nodig.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALDecken

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Deckedie Decken
genitiveder Deckeder Decken
dativeder Deckeden Decken
accusativedie Deckedie Decken

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je voor dat je ’s nachts onder een knusse deken kruipt met het label ‘Decke’.
👂Klinkt als ‘deck’ (een Engels woord voor een bedekking) — denk aan ‘Decke’ die je bedekt.
⚧️Onthoud ‘die Decke’ — stel je een vrouwelijke deken met bloemen voor om ‘die’ te onthouden.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Veelvoorkomend zelfstandig naamwoord met meerdere betekenissen: «Decke» kan een deken betekenen of het plafond/de bedekking van een kamer. De context bepaalt de betekenis.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS