dein

pronoun
jouw, je, jouwe
A1

dein is het informele bezittelijke voornaamwoord/bijvoeglijk naamwoord bij du en betekent „jouw / je”. Het wordt verbogen naar geslacht, getal en naamval: dein, deine, deinen, deines enz. Niet voor de formele aanspreekvorm Sie.

Voorbeelden

Ist das dein Buch?
Is dat jouw boek?
Der Lehrer kritisierte deinen Bericht, weil er viele Fehler enthielt.
De leraar bekritiseerde je verslag omdat het veel fouten bevatte.

Details

Typepossessive

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je voor dat je naar iemands voorwerp wijst en «dein» zegt (van jou).
👂Klinkt als de Engelse naam «Dein» — denk aan «jouw».

Opmerkingen

«Dein» is het informele bezittelijke voornaamwoord in het enkelvoud; het wordt verbogen naar geslacht en naamval van het zelfstandig naamwoord.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek