verb
duren, in beslag nemen
A1
Regelmatig werkwoord: „duren” of „tijd kosten”. Het is niet scheidbaar en niet wederkerig, en vormt het Perfekt met haben: es hat gedauert. Veel gebruikt in zinnen als es dauert zwei Stunden of met bis.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Sitzung dauerte länger, als die Teilnehmer erwartet hätten, sodass viele den Anschluss verpassten.
De vergadering duurde langer dan de deelnemers hadden verwacht, waardoor velen hun aansluiting misten.
Die Reise dauerte lange.
De reis duurde lang.
Der Film dauert zwei Stunden.
De film duurt twee uur.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een klokwijzer voor die langzaam draait om te laten zien dat iets duurt.
Klinkt een beetje als Engels ‘down’ + ‘ern’ — denk aan duur die langs een tijdlijn naar beneden gaat.
n/a
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
„dauern” is onovergankelijk en gebruikt doorgaans „haben” in samengestelde tijden (hat gedauert). Passieve constructies worden normaal niet gebruikt met „dauern”. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.