noun
kantoor
A2
Büro betekent ‘kantoor’: een werkruimte, administratieve afdeling of kantoor als instelling. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Büro. Meervoud: die Büros, met -s. Regelmatige verbuiging; heel gebruikelijk in werk- en zakelijke context.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Kollege verließ das Büro, als die Uhr bereits neun schlug.
De collega verliet het kantoor toen de klok al negen sloeg.
Ich arbeite von Montag bis Freitag im Büro.
Ik werk van maandag tot vrijdag op kantoor.
Ich gehe ins Büro.
Ik ga naar kantoor.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een bureau voor met een naambordje ‘Büro’ en een computer erin.
Klinkt als het Franse ‘bureau’ — plek voor kantoorwerk.
Das Büro — stel je een neutrale kantoorruimte voor (das).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Het meervoud is in het dagelijks gebruik vaak ‘Büros’.