adjective
zeker, vaststaand, beslist
B1
bestimmt is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘bepaald’, ‘zeker’ of ‘duidelijk’. Het is vergrotend en overtreffend te maken: bestimmter, am bestimmtesten. Tegelijk is het ook het voltooid deelwoord van bestimmen. Soms gebruikt als bijwoord: ‘zeker’.
Voorbeelden
Ich bin mir sicher, dass er kommt.
Ik ben er zeker van dat hij komt.
Wir brauchen eine bestimmte Antwort bis morgen.
We hebben uiterlijk morgen een definitief antwoord nodig.
Der Termin war bestimmt wichtig, deshalb kam der Direktor pünktlich, obwohl der Verkehr langsam war.
De afspraak was vast belangrijk, daarom kwam de directeur op tijd, hoewel het verkeer langzaam was.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die stevig wijst en zegt: „Dat is zeker” — een vaste, besliste houding.
Klinkt als „best time” — als het de beste tijd is, dan is het zeker.
Opmerkingen
Afgeleid van het werkwoord „bestimmen” (bepalen). Als deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord kan het iemands houding beschrijven (beslist) of iets duidelijks / vaststaands.