adjective
toekomstig, komend, aanstaand
B1
zukünftig betekent „toekomstig” of „aanstaand”. Het beschrijft dingen die gepland zijn of in de toekomst liggen, bv. zukünftige Pläne. Vergelijking: zukünftiger; overtreffende trap: am zukünftigsten. Je gebruikt het attributief en adverbiaal, vooral in formele context.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Zukünftig möchte ich weniger Fleisch essen.
In de toekomst wil ik minder vlees eten.
Wir suchen zukünftig nach nachhaltigeren Lösungen.
In de toekomst zullen we op zoek gaan naar duurzamere oplossingen.
Die Stadt plante zukünftig neue Fahrradwege, weil der Verkehr zu stark war und die Luftqualität leiden würde.
De stad plande in de toekomst nieuwe fietspaden, omdat het verkeer te druk was en de luchtkwaliteit zou lijden.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een bord voor met ‘zukünftig’ boven een prototypezone — dat betekent dat dit vanaf nu of in de toekomst geldt.
Denk aan ‘zoe-ken-tig’ — ‘zu’ (naar) + ‘kunft’ (komen) → iets dat later komt.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Zukünftig wordt gebruikt om te verwijzen naar toekomstige handelingen of beleidsmaatregelen. Het wordt zowel in formele als informele registers gebruikt in de betekenis van «vanaf nu» of «in de toekomst».