noun
zone, gebied, streek
B1
Zone betekent ‘zone’ of ‘gebied’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zone. Meervoud: die Zonen. Regelmatige verbuiging. Vaak in samenstellingen zoals Sperrzone en Zeitzone, en in uitdrukkingen als in der Zone of außerhalb der Zone.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
In der Innenstadt gibt es eine Parkverbotszone.
In het stadscentrum is er een parkeerverbodzone.
Die Polizei sperrte die Zone ab, weil dort am Morgen ein Unfall geschah, sodass Autofahrer Umwege fahren mussten.
De politie zette de zone af omdat daar 's ochtends een ongeluk gebeurde, zodat automobilisten om moesten rijden.
In dieser Zone ist das Parken verboten.
Parkeren is verboden in deze zone.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een cirkelvormig gebied op de grond voor, afgebakend als een «Zone» met borden.
Klinkt als Engels «zone» — hetzelfde basisidee.
die — stel je een groot bord (die Tafel) voor dat de zone aanduidt.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelgebruikt alledaags woord voor afgebakende gebieden (verkeerszones, zones voor speciaal gebruik).