Zoll

noun
inch, douane
A1

Zoll heeft twee hoofdbetekenissen: ‘inch’ als lengtemaat en ‘douane’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Zoll. Meervoud: die Zölle. Voor ‘bij de douane’ zeg je vaak beim Zoll of am Zoll. Genitief enkelvoud: des Zolls. In het meervoud kan het ook ‘douanerechten’ betekenen.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Die Türöffnung war nur dreißig Zoll breit, sodass der neue Schrank nicht hineinpasste.
De deuropening was slechts dertig inch breed, dus de nieuwe kast paste er niet doorheen.
Die Waren wurden vom Zoll kontrolliert.
De goederen werden gecontroleerd door de douane.
Ein Zoll entspricht 2,54 Zentimetern.
Een inch is 2,54 centimeter.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALZölle

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Zolldie Zölle
genitivedes Zollsder Zölle
dativedem Zollden Zöllen
accusativeden Zolldie Zölle

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️een liniaal met een inch-markering en een douanebeambte aan de grens
👂Zoll ~ «wall» (meting) of denk aan «toll» aan de grens
⚧️der (mannelijk): stel je een sterke «der»-stempel voor bij de douane

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Meerdere betekenissen: maateenheid en douaneautoriteit. Meervoud vaak Zölle voor rechten/douanekosten.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS