noun
inch, douane
A1
Zoll heeft twee hoofdbetekenissen: ‘inch’ als lengtemaat en ‘douane’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Zoll. Meervoud: die Zölle. Voor ‘bij de douane’ zeg je vaak beim Zoll of am Zoll. Genitief enkelvoud: des Zolls. In het meervoud kan het ook ‘douanerechten’ betekenen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Türöffnung war nur dreißig Zoll breit, sodass der neue Schrank nicht hineinpasste.
De deuropening was slechts dertig inch breed, dus de nieuwe kast paste er niet doorheen.
Die Waren wurden vom Zoll kontrolliert.
De goederen werden gecontroleerd door de douane.
Ein Zoll entspricht 2,54 Zentimetern.
Een inch is 2,54 centimeter.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
een liniaal met een inch-markering en een douanebeambte aan de grens
Zoll ~ «wall» (meting) of denk aan «toll» aan de grens
der (mannelijk): stel je een sterke «der»-stempel voor bij de douane
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Meerdere betekenissen: maateenheid en douaneautoriteit. Meervoud vaak Zölle voor rechten/douanekosten.