Zigarette

noun
sigaret
A1

Zigarette is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘sigaret’. Meervoud: Zigaretten. De verbuiging is regelmatig: die Zigarette, der Zigarette, die Zigaretten. Het is een telbaar, concreet woord dat vaak voorkomt in de context van roken en tabak.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

In vielen Orten ist das Rauchen von Zigaretten verboten.
Op veel plaatsen is het roken van sigaretten verboden.
Weil eine Zigarette neben dem Trockengras weggeworfen wurde, begann ein kleines Feuer, das schnell größer wurde.
Omdat er een sigaret naast het droge gras werd weggegooid, ontstond er een klein vuur dat snel groter werd.
Er raucht eine Zigarette.
Hij rookt een sigaret.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALZigaretten

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Zigarettedie Zigaretten
genitiveder Zigaretteder Zigaretten
dativeder Zigaretteden Zigaretten
accusativedie Zigarettedie Zigaretten

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een klein pakje sigaretten voor met het label ‘Zigarette’.
⚧️die Zigarette — vrouwelijk: stel je een roze pakje voor (vrouwelijke geheugensteun).

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Geassocieerd met roken; let op de gezondheidscontext.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS