verb
wisselen, veranderen, omschakelen
A2
wechseln betekent ‘veranderen’, ‘wisselen’ of ‘verwisselen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord: Präteritum wechselte, Partizip II gewechselt. In de voltooide tijd gebruikt het haben. Niet reflexief en niet scheidbaar. Veel gebruikt bij geld, kleding, vervoer en situaties.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Kannst du bitte das Licht wechseln?
Kun je alsjeblieft de lamp vervangen?
Der Fahrer wechselte die Reifen, weil der Mechaniker gesagt hatte, dass sie stark abgenutzt waren.
De bestuurder heeft de banden vervangen omdat de monteur had gezegd dat ze sterk versleten waren.
Ich habe den Job gewechselt.
Ik ben van baan veranderd.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
stel je voor dat je een lichtschakelaar omzet — je verandert of wisselt de toestand
denk aan ‘switch’ — het idee is vergelijkbaar
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Regelmatig zwak werkwoord, transitief en intransitief afhankelijk van de context.