noun
bord, schaal
A2
Teller betekent ‘bord’ of ‘schaal’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Teller; meervoud: die Teller, dus dezelfde vorm als het enkelvoud. Genitief enkelvoud: des Tellers; datief meervoud: den Tellern. Verder regelmatige verbuiging.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Nachdem das Essen serviert wurde, stellte die Mutter den Teller auf den Tisch, damit alle essen konnten.
Nadat het eten was geserveerd, zette de moeder het bord op tafel zodat iedereen kon eten.
Der Teller ist sauber.
Het bord is schoon.
Der Teller ist leer.
Het bord is leeg.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een rond bord (Teller) voor met eten erop.
Teller ~ 'teller' als 'iemand die vertelt' (alleen als beeld).
der — denk aan 'der Teller' zoals andere mannelijke tafelvoorwerpen (der Löffel).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelvoorkomend mannelijk woord voor een bord dat in eetcontexten wordt gebruikt.