Teilzeit

noun
deeltijd, parttime
B1

Teilzeit betekent „deeltijd” of werken in een beperkt aantal uren. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; meervoud: Teilzeiten. Vaak in de uitdrukking in Teilzeit arbeiten = „parttime werken”. Veel gebruikt in vacatures en arbeidscontracten. Tegenovergestelde: Vollzeit.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Sie arbeitet in Teilzeit, weil sie die Kinder betreuen möchte.
Ze werkt parttime omdat ze voor de kinderen wil zorgen.
Die Firma stellte ihn in Teilzeit ein, weil er seine Ausbildung fortsetzen wollte.
Het bedrijf nam hem parttime aan, omdat hij zijn opleiding wilde voortzetten.
Sie arbeitet nur Teilzeit, um mehr Zeit für ihre Kinder zu haben.
Ze werkt alleen parttime om meer tijd voor haar kinderen te hebben.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALTeilzeiten

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Teilzeitdie Teilzeiten
genitiveder Teilzeitder Teilzeiten
dativeder Teilzeitden Teilzeiten
accusativedie Teilzeitdie Teilzeiten

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een kalender voor waarvan de helft van de dagen is ingekleurd om minder uren aan te geven.
👂Klinkt als «tail-time» — stel je voor dat je uren van een volledig schema afknipt.
⚧️Vrouwelijk (die) — stel je een klein «die»-stickertje voor op het parttime rooster van een vrouw.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Wordt vaak gebruikt om werk met minder uren te beschrijven (Teilzeitstelle). Kan in sommige contexten niet-telbaar zijn.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS