taub

adjective
doof, gevoelloos, verdoofd
B1

taub betekent ‘doof’ of ‘gevoelloos/verdoofd’. Het is een niet-trapbaar bijvoeglijk naamwoord. Je gebruikt het voor volledige doofheid, een verdoofd lichaamsdeel of figuurlijk voor emotionele gevoelloosheid. Veelvoorkomend: taub sein.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Er ist taub und braucht ein Hörgerät.
Hij is doof en heeft een gehoorapparaat nodig.
Nach dem langen Sitzen sind mir die Füße taub.
Na lang zitten zijn mijn voeten gevoelloos.
Der Musiker blieb taub, nachdem er jahrelang ohne Gehörschutz gearbeitet hatte.
De muzikant bleef doof nadat hij jarenlang zonder gehoorbescherming had gewerkt.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.GRADABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.PARTICIPLEVOCABULARY.DETAILS.NO

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een oor voor met een grote prop katoen erin (geen geluid) voor „doof”; voor „verdoofd” stel je een slapende voet met tintelingen voor.
👂Klinkt een beetje als „tub” — stel je gedempte geluiden voor alsof je onder water in een badkuip zit.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Kan „doof” betekenen (gehoorverlies) of „gevoelloos/verdoofd” (verlies van gevoel). De context bepaalt de betekenis.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS