verb
duiken, zich onderdompelen
B1
tauchen betekent „duiken”, „onderduiken” of „zich onderdompelen”. Het is een regelmatig zwak werkwoord (voltooid deelwoord: getaucht) en vormt het perfectum met sein: ist getaucht. Het is onovergankelijk, niet-reflexief en niet scheidbaar. Vaak met in + accusatief: in das Wasser tauchen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Im Sommer gehen wir oft im See tauchen.
In de zomer gaan we vaak duiken in het meer.
Der Taucher tauchte tief, weil er einen verlorenen Gegenstand vom Meeresboden holen sollte.
De duiker dook diep omdat hij een verloren voorwerp van de zeebodem moest ophalen.
Ich tauche im Meer.
Ik duik in de zee.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een duiker voor die onder het oppervlak glijdt en «tauchen» zegt terwijl hij onderduikt.
Klinkt als het Engelse «touch» met een «au» — stel je voor dat je onder water gaat.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Gebruikt voor duiken of onderdompelen. In sommige contexten kan het verschillende hulpwerkwoorden nemen, maar meestal met «sein» voor beweging/onderdompeling. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.