tauchen

verb
duiken, zich onderdompelen
B1

tauchen betekent „duiken”, „onderduiken” of „zich onderdompelen”. Het is een regelmatig zwak werkwoord (voltooid deelwoord: getaucht) en vormt het perfectum met sein: ist getaucht. Het is onovergankelijk, niet-reflexief en niet scheidbaar. Vaak met in + accusatief: in das Wasser tauchen.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Im Sommer gehen wir oft im See tauchen.
In de zomer gaan we vaak duiken in het meer.
Der Taucher tauchte tief, weil er einen verlorenen Gegenstand vom Meeresboden holen sollte.
De duiker dook diep omdat hij een verloren voorwerp van de zeebodem moest ophalen.
Ich tauche im Meer.
Ik duik in de zee.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.AUXILIARYsein
VOCABULARY.DETAILS.SEPARABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.REGULARVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.VERB_TYPEweak

VOCABULARY.DETAILS.PRINCIPAL_FORMS

Präsens (3. Sg.)er/sie/es taucht
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es tauchte
Perfekter/sie/es ist getaucht

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een duiker voor die onder het oppervlak glijdt en «tauchen» zegt terwijl hij onderduikt.
👂Klinkt als het Engelse «touch» met een «au» — stel je voor dat je onder water gaat.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Gebruikt voor duiken of onderdompelen. In sommige contexten kan het verschillende hulpwerkwoorden nemen, maar meestal met «sein» voor beweging/onderdompeling. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS

ichtauche
dutauchst
er/sie/estaucht
wirtauchen
ihrtaucht
sie/Sietauchen
ichtauche
dutauchest
er/sie/estauche
wirtauchen
ihrtauchet
sie/Sietauchen
ichtauchte
dutauchtest
er/sie/estauchte
wirtauchten
ihrtauchtet
sie/Sietauchten
dutauche!
ihrtaucht!
Sietauchen!