noun
som, totaal
B1
Summe (die) betekent ‘som’ of ‘totaal’: het resultaat van optellen of het totale bedrag. Meervoud: Summen. Vrouwelijk zelfstandig naamwoord met regelmatige verbuiging. Veel gebruikt in wiskunde, financiën en alledaagse taal.
Voorbeelden
Die Summe der Zahlen ist 100.
De som van de getallen is 100.
Addiere die Zahlen, um die Summe zu bekommen.
Tel de getallen op om de som te krijgen.
Die Summe beträgt fünfzig Euro.
Het totaal bedraagt vijftig euro.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je cijfers voor die in een klein doosje met het label «Summe» liggen.
Klinkt als «sum me» — denk aan getallen optellen om de som te krijgen.
die — stel je een roze kassabon voor met «die Summe» onderaan gedrukt.
Opmerkingen
Gebruikt voor wiskundige totalen en rekeningen. Veelvoorkomend in alledaagse contexten (bonnen, berekeningen).