Supermarkt

noun
supermarkt, kruidenierszaak
A2

Supermarkt is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „supermarkt” of „kruidenierszaak”. Lidwoord: der Supermarkt. Meervoud: die Supermärkte, met umlaut en -e. Heel gebruikelijk in het dagelijks leven: im Supermarkt einkaufen.

Voorbeelden

Ich gehe heute zum Supermarkt, um Obst zu kaufen.
Ik ga vandaag naar de supermarkt om fruit te kopen.
Im Supermarkt gibt es frisches Gemüse und Brot.
In de supermarkt zijn verse groenten en brood.
Im Supermarkt gibt es eine große Auswahl an Lebensmitteln.
Er is een grote keuze aan levensmiddelen in de supermarkt.

Details

MeervoudSupermärkte

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Supermarktdie Supermärkte
genitivedes Supermarktesder Supermärkte
dativedem Supermarktden Supermärkten
accusativeden Supermarktdie Supermärkte

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een groot marktgebouw voor met een bord «Supermarkt».
👂Supermarkt ~ ‘super market’ (Engels) — hetzelfde idee.
⚧️der — stel je een grote mannelijke winkelwagen voor met het label «der Supermarkt» ervoor.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek