noun
supermarkt, kruidenierszaak
A2
Supermarkt is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „supermarkt” of „kruidenierszaak”. Lidwoord: der Supermarkt. Meervoud: die Supermärkte, met umlaut en -e. Heel gebruikelijk in het dagelijks leven: im Supermarkt einkaufen.
Voorbeelden
Ich gehe heute zum Supermarkt, um Obst zu kaufen.
Ik ga vandaag naar de supermarkt om fruit te kopen.
Im Supermarkt gibt es frisches Gemüse und Brot.
In de supermarkt zijn verse groenten en brood.
Im Supermarkt gibt es eine große Auswahl an Lebensmitteln.
Er is een grote keuze aan levensmiddelen in de supermarkt.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een groot marktgebouw voor met een bord «Supermarkt».
Supermarkt ~ ‘super market’ (Engels) — hetzelfde idee.
der — stel je een grote mannelijke winkelwagen voor met het label «der Supermarkt» ervoor.