verb
stoppen, tot stilstand brengen
B1
stoppen is een regelmatig werkwoord en betekent ‘stoppen’, ‘tot stilstand brengen’. Voltooid deelwoord: gestoppt; perfekt met haben: hat gestoppt. Niet-reflexief en niet-scheidbaar. Vaak met een lijdend voorwerp: etwas stoppen. Veel gebruikt in verkeer en alledaagse situaties.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er musste das Auto abrupt stoppen.
Hij moest de auto abrupt stoppen.
Der Zug wurde gestoppt.
De trein werd gestopt.
Ich stoppe das Auto.
Ik stop de auto.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je op een grote rode STOP-knop drukt die een lopende band fysiek stopt.
Klinkt als Engels «stop» + «pen» — stel je een pen voor die een machine stopt.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Een regelmatig (zwak) werkwoord dat vaak in de spreektaal wordt gebruikt, vooral voor voertuigen of processen. Formelere of natuurlijkere alternatieven: «anhalten» (voor voertuigen) of «unterbrechen» (voor processen).