Stau

noun
file, verkeersopstopping
B1

Stau is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent vooral „file” of „verkeersopstopping”. Meervoud: die Staus; genitief: des Staus. Veelgebruikte uitdrukking: im Stau stehen, „in de file staan”. Vaak in alledaagse taal en nieuwsberichten.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Wegen eines Unfalls entstand ein starker Stau und viele Fahrer kamen zu spät.
Door een ongeluk ontstond er een grote file en veel bestuurders kwamen te laat.
Wegen eines Unfalls gibt es einen langen Stau auf der Autobahn.
Door een ongeluk staat er een lange file op de snelweg.
Im Berufsverkehr gibt es oft einen langen Stau.
In de spits is er vaak een lange file.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALdie Staus

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Staudie Staus
genitivedes Stausder Staus
dativedem Stauden Staus
accusativeden Staudie Staus

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een rij auto’s voor die op elkaar gestapeld zijn — een «stau» op de weg.
👂Klinkt als «stow» — denk aan auto’s die allemaal samen zijn opgeborgen.
⚧️der — stel je een mannelijke verkeersagent (der) voor die een file regelt

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Stau wordt vaak gebruikt voor verkeersopstoppingen op de weg. Het kan ook in bredere zin congestie betekenen, bijvoorbeeld van data of wachtrijen in figuurlijk gebruik.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS