noun
zoon
A1
Sohn (der) betekent „zoon”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord met meervoud die Söhne, met umlaut en -e. Genitief enkelvoud: des Sohnes. Veelgebruikt in familieverband, vaak met een bezittelijk voornaamwoord.
Voorbeelden
Mein Sohn ist fünf Jahre alt.
Mijn zoon is vijf jaar oud.
Ihr Sohn geht jeden Morgen zur Schule.
Haar zoon gaat elke ochtend naar school.
Der Richter erklärte, dass das Erbe dem Sohn übertragen wurde, obwohl der Prozess lange dauerte.
De rechter legde uit dat de erfenis aan de zoon was overgedragen, hoewel het proces lang duurde.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een jongen voor met een naamkaartje waarop ‘der Sohn’ staat om het mannelijke geslacht te onthouden.
Klinkt een beetje als Engels ‘son’ — het zijn verwante woorden.
der Sohn — stel je het label ‘der’ op zijn schooltas voor (mannelijk).