pronoun
zich, zichzelf
A1
sich is het wederkerend voornaamwoord van de 3e persoon, vergelijkbaar met „zich”. Het staat bij wederkerige/reflectieve werkwoorden zoals sich freuen en sich anziehen. Afhankelijk van het werkwoord kan het accusatief of datief zijn. De vorm blijft onveranderd.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er wäscht sich die Hände.
Hij wast zijn handen.
Er erinnerte sich an den Tag, als die Familie umzog, weil damals vieles anders wurde.
Hij herinnerde zich de dag waarop de familie verhuisde, omdat toen veel veranderde.
Man soll sich warm anziehen.
Je moet je warm aankleden.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een persoon voor die naar zichzelf wijst met het label «sich»
Denk aan «self» — «sich» markeert het zelf in het Duits.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
«sich» is het wederkerend voornaamwoord in de derde persoon; gebruikt met wederkerende werkwoorden.