verb
beveiligen, zekeren, veiligstellen, back-uppen
B1
sichern betekent ‘beveiligen’, ‘beschermen’ of ‘garanderen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord: voltooid deelwoord gesichert, perfect met haben. Het is niet scheidbaar en niet wederkerend. Passief is mogelijk: wird gesichert. Handig in technische en algemene contexten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er sicherte das Haus ab.
Hij heeft het huis beveiligd.
Ich habe die Dateien gesichert.
Ik heb de bestanden geback-upt.
Ich sichere meine Daten.
Ik maak een back-up van mijn gegevens.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een bestand voor met een slot-icoon waarop je klikt om het te ‘beveiligen’.
Klinkt als het Engelse ‘secure’.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak gebruikt voor digitale back-ups en voor het vergrendelen/veiligstellen. In IT-context betekent het vaak ‘een back-up maken’ of ‘veilig opslaan’.