noun
risico
B1
Risiko is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „risico”, „gevaar” of kans op een ongunstige uitkomst. Meervoud: Risiken. Veelgebruikte combinaties zijn ein Risiko eingehen en Risiko für + Akk. Vaak in financiën, geneeskunde en alledaags taalgebruik.
Voorbeelden
Bei dieser Investition gibt es ein hohes Risiko.
Bij deze investering is er een hoog risico.
Der Investor akzeptierte das Risiko, obwohl der Markt unsicher blieb.
De investeerder accepteerde het risico, hoewel de markt onzeker bleef.
Das Rauchen birgt ein hohes gesundheitliches Risiko.
Roken brengt een hoog gezondheidsrisico met zich mee.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een weegschaal voor die naar gevaar helt met het label «Risiko».
Lijkt op het Engelse «risk» — Risiko = risk.
Das = onzijdig. Onthoud «das Risiko» — veel abstracte woorden zijn onzijdig in het Duits.
Opmerkingen
Risiko is onzijdig (das Risiko). In formele contexten kun je de genitiefvorm «des Risikos» tegenkomen.