verb
repareren, herstellen
A1
reparieren betekent “repareren” of “herstellen”. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet scheidbaar, met het voltooid deelwoord repariert. In de voltooide tijden gebruikt het haben: hat repariert. De lijdende vorm wordt met werden gemaakt: wird repariert.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe mein Handy repariert.
Ik heb mijn telefoon gerepareerd.
Der Mechaniker kann das Auto reparieren.
De monteur kan de auto repareren.
Der Techniker reparierte die Maschine, obwohl die Ersatzteile fehlten.
De technicus repareerde de machine, hoewel de reserveonderdelen ontbraken.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je gereedschap voor en iemand die een kapot voorwerp repareert.
repair -> reparieren (erg vergelijkbaar met Engels)
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Regelmatig zwak werkwoord; voltooid deelwoord: repariert; gebruikt haben als hulpwerkwoord.