verb
paardrijden, rijden
A2
Werkwoord: reiten betekent ‘paardrijden’ of algemener ‘rijden te paard’. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: Präteritum ritt, Partizip II geritten. Afhankelijk van de betekenis vormt het perfectum met sein of haben. Het is niet wederkerend.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich reite gerne.
Ik rijd graag paard.
Die Reitlehrerin bemerkte, dass die Schülerin gut ritt, obwohl das Pferd noch jung war.
De rij-instructrice merkte op dat de leerlinge goed reed, hoewel het paard nog jong was.
Er ritt durch den Wald.
Hij reed door het bos.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je iemand voor die te paard over een veld rijdt.
Klinkt als het Engelse 'ride in' — denk: 'ik rijd op een paard'.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Sterk (onregelmatig) werkwoord: Präteritum 'ritt', Partizip II 'geritten'. Hulpwerkwoord kan 'sein' of 'haben' zijn, afhankelijk van de constructie (zie opmerking).