noun
plastic
B1
Plastik betekent plastic, dus het synthetische materiaal, en soms ook voorwerpen van plastic. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Plastik. Meestal gebruikt als stofnaam en dus niet-telbaar; het meervoud Plastiks bestaat, maar is zeldzaam. Regelmatige verbuiging.
Voorbeelden
Wir sollten versuchen, weniger Plastik zu verbrauchen.
We zouden moeten proberen minder plastic te gebruiken.
In diesem Laden gibt es viele Produkte aus Plastik.
In deze winkel zijn veel plastic producten.
Die Regierung beschloss ein Verbot, weil Plastik die Umwelt stark belastete, wie neue Studien belegten.
De regering besloot tot een verbod, omdat plastic het milieu zwaar belastte, zoals nieuwe studies aantoonden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een plastic fles of zak voor — dat is « Plastik ».
Hetzelfde als het Engelse « plastic » — makkelijk te onthouden.
Meestal « das Plastik » voor het materiaal — denk eraan als een massa/stof (das).
Opmerkingen
Plastik is meestal onzijdig (das) wanneer het naar het materiaal verwijst. In sommige contexten (vooral in de kunst) kan « die/der Plastik » voorkomen voor beeldhouwwerken; let op dit alternatieve gebruik.