noun
verpleger, verzorger
B1
Pfleger (m.) betekent ‘verzorger’, ‘verpleger’ of ‘zorgmedewerker’, meestal een man. Meervoud: Pfleger. Vrouwelijke vorm: Pflegerin. Het is een persoonsnaam met regelmatige verbuiging: der Pfleger, des Pflegers, den Pflegern.
Voorbeelden
Als Pfleger arbeitet er auf der chirurgischen Station.
Als verzorger werkt hij op de chirurgische afdeling.
Das Krankenhaus suchte Pfleger, die Erfahrung mit Intensivmedizin hätten, weil die Abteilung erweitert wurde.
Het ziekenhuis zocht verpleegkundigen met ervaring in de intensive care, omdat de afdeling werd uitgebreid.
Der Pfleger gab dem Patienten die Tabletten.
De verzorger gaf de patiënt de tabletten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een mannelijke verpleegkundige voor in scrubs met een naambadge waarop «Pfleger» staat
klinkt als «flagger» — stel je iemand voor die met een vlag zwaait terwijl hij patiënten begeleidt
mannelijk (der) — denk aan «der» voor mannelijke beroepen
Opmerkingen
Pfleger verwijst meestal naar een mannelijke zorgprofessional; de vrouwelijke vorm is Pflegerin. In de omgangstaal wordt vaak «Pflegekraft» gebruikt voor genderneutraal personeel.