noun
persoon, individu
A2
Person betekent „persoon” of „individu”. Vrouwelijk: die Person, meervoud die Personen. Het woord verwijst naar mensen van elk geslacht en klinkt vaak formeel, administratief of juridisch. Regelmatige verbuiging: der Person, den Personen.
Voorbeelden
Ich kenne diese Person nicht.
Ik ken deze persoon niet.
Er ist eine sehr freundliche Person.
Hij is een heel vriendelijk persoon.
Jede Person muss ihren Ausweis zeigen.
Iedere persoon moet zijn identiteitsbewijs tonen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een silhouet voor met het label «Person» op een bord
Person klinkt als het Engelse «person»
die — veel Duitse woorden op -on/-ion zijn vrouwelijk (die Person)
Opmerkingen
Veelgebruikt alledaags woord. Meervoud vaak «Personen».