noun
mobiele telefoon, gsm, mobieltje
A2
Mobiltelefon betekent ‘mobiele telefoon’ of ‘gsm’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Mobiltelefon; meervoud: die Mobiltelefone. Regelmatige verbuiging. Het is een formelere term; in het dagelijks Duits zegt men meestal Handy. Vaak met benutzen, anrufen en aufladen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Mein Mobiltelefon liegt auf dem Tisch.
Mijn mobiele telefoon ligt op tafel.
Die Lehrerin erklärte, dass das Mobiltelefon während der Prüfung ausgeschaltet bleiben musste, weil die Regeln streng waren.
De lerares legde uit dat de mobiele telefoon tijdens het examen uitgeschakeld moest blijven, omdat de regels streng waren.
Mein Mobiltelefon ist neu.
Mijn mobiele telefoon is nieuw.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een kleine telefoon voor met ‘Mobiltelefon’ op het scherm.
mobile + telephone → mobiele telefoon (heel direct)
das → stel je een klein neutraal apparaat voor in een doos met ‘das’ erop.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
‘Mobiltelefon’ is een formelere term; in alledaagse spraak zegt men vaak ‘Handy’ (informeel).