Mobilität

noun
mobiliteit
B1

Mobilität is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘mobiliteit’ of ‘bewegingsvrijheid’, ook in transport- en sociale context. Meestal gebruikt als abstract begrip in het enkelvoud, maar het meervoud Mobilitäten bestaat ook. Het woord volgt de gewone vrouwelijke verbuiging.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Mobilität, insbesondere Elektromobilität, wird in Zukunft eine immer größere Rolle spielen.
Mobiliteit, vooral elektromobiliteit, zal in de toekomst een steeds grotere rol spelen.
Die Stadt fördert die Mobilität mit besseren Fahrradwegen.
De stad bevordert mobiliteit met betere fietspaden.
Berufliche Mobilität ist in manchen Branchen sehr wichtig.
Beroepsmobiliteit is in sommige sectoren erg belangrijk.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALMobilitäten

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Mobilitätdie Mobilitäten
genitiveder Mobilitätder Mobilitäten
dativeder Mobilitätden Mobilitäten
accusativedie Mobilitätdie Mobilitäten

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️stel je mensen en voertuigen voor die soepel door een stad bewegen
👂klinkt als het Engelse «mobility»
⚧️die Mobilität — zelfstandige naamwoorden op -ität zijn meestal vrouwelijk (zoals «die Aktivität»)

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Vaak gebruikt in contexten van vervoersbeleid, arbeidsmobiliteit of fysieke bewegingsvrijheid. Veel abstracte zelfstandige naamwoorden die eindigen op -ität zijn vrouwelijk.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS