mobil

adjective
mobiel, verplaatsbaar, draagbaar
B1

mobil is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘mobiel’, ‘beweeglijk’ of ‘verplaatsbaar’. Het wordt gebruikt voor mensen, apparaten of systemen die kunnen bewegen of verplaatst kunnen worden. Trappen van vergelijking: mobiler, am mobilsten. Tegenstellingen: immobil, stationär.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Die Möbel sind mobil, sodass wir den Raum schnell umgestalten können.
De meubels zijn verplaatsbaar, zodat we de ruimte snel kunnen herinrichten.
Da die Firma mobile Geräte lieferte, blieben die Berater mobil, sodass sie schnell zu Kunden fahren konnten.
Omdat het bedrijf mobiele apparaten leverde, bleven de adviseurs mobiel, zodat ze snel naar klanten konden rijden.
Das Gerät ist sehr mobil und lässt sich leicht transportieren.
Het apparaat is zeer mobiel en gemakkelijk te vervoeren.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.GRADABLEVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.COMPARATIVEmobiler
VOCABULARY.DETAILS.SUPERLATIVEam mobilsten
VOCABULARY.DETAILS.PARTICIPLEVOCABULARY.DETAILS.NO

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️stel je een smartphone voor die je overal mee naartoe kunt nemen
👂klinkt als Engels 'mobile' (makkelijk te verplaatsen)

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Gebruikt om iets te beschrijven dat verplaatst kan worden of ontworpen is voor beweging. Kan mensen beschrijven (mobiele arbeidskrachten) of voorwerpen (mobiele apparaten).

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS