noun
woensdag
A1
Mittwoch is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „woensdag”. Meervoud: die Mittwoche, maar dat komt zelden voor. Het staat vaak met am: am Mittwoch = „op woensdag”. Genitief: des Mittwochs.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Am Mittwoch fand die Versammlung statt, obwohl einige Mitglieder nicht teilnehmen konnten.
Op woensdag vond de vergadering plaats, hoewel sommige leden niet konden deelnemen.
Am Mittwoch habe ich einen Arzttermin.
Woensdag heb ik een afspraak bij de dokter.
Am Mittwoch habe ich einen Zahnarzttermin.
Woensdag heb ik een afspraak bij de tandarts.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een kalender voor met 'Mittwoch' gemarkeerd in het midden van de week.
Mittwoch — denk aan 'midden van de week' = woensdag.
DER Mittwoch — dagen van de week zijn mannelijk.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Weekdag; mannelijk zelfstandig naamwoord.