noun
lunch, middageten, middagmaaltijd
A2
Mittagessen (onz.) betekent ‘lunch’ of ‘middagmaaltijd’. Het is de hoofdmaaltijd rond het middaguur. Meervoudsvorm blijft gelijk: Mittagessen. Voor de handeling zegt men meestal zu Mittag essen of gebruikt men het werkwoord mittagessen. Veelgebruikt in menu’s, roosters en het dagelijks leven.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Was gibt es zum Mittagessen?
Wat is er voor de lunch?
Als die Kantine das Mittagessen vorbereitete, begannen die Kollegen, die Tische zu decken, damit die Pause pünktlich starten konnte.
Terwijl de kantine de lunch voorbereidde, begonnen de collega’s de tafels te dekken zodat de pauze op tijd kon beginnen.
Wir essen um zwölf Uhr Mittagessen.
We eten om twaalf uur lunch.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een bord met een broodje voor en de zon op haar hoogste punt om lunch te onthouden.
Mittagessen → 'mid-day essen' (essen = eten) => middagmaaltijd.
das Mittagessen — zoals 'das Essen' (de maaltijd) is het onzijdig.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Vaak gebruikt als niet-telbaar zelfstandig naamwoord in de betekenis van 'lunch'; kan ook worden gebruikt in de werkwoordelijke uitdrukking 'zu Mittag essen'.