Mittagessen

noun
lunch, middageten, middagmaaltijd
A2

Mittagessen (onz.) betekent ‘lunch’ of ‘middagmaaltijd’. Het is de hoofdmaaltijd rond het middaguur. Meervoudsvorm blijft gelijk: Mittagessen. Voor de handeling zegt men meestal zu Mittag essen of gebruikt men het werkwoord mittagessen. Veelgebruikt in menu’s, roosters en het dagelijks leven.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Was gibt es zum Mittagessen?
Wat is er voor de lunch?
Als die Kantine das Mittagessen vorbereitete, begannen die Kollegen, die Tische zu decken, damit die Pause pünktlich starten konnte.
Terwijl de kantine de lunch voorbereidde, begonnen de collega’s de tafels te dekken zodat de pauze op tijd kon beginnen.
Wir essen um zwölf Uhr Mittagessen.
We eten om twaalf uur lunch.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALMittagessen

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedas Mittagessendie Mittagessen
genitivedes Mittagessensder Mittagessen
dativedem Mittagessenden Mittagessen
accusativedas Mittagessendie Mittagessen

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een bord met een broodje voor en de zon op haar hoogste punt om lunch te onthouden.
👂Mittagessen → 'mid-day essen' (essen = eten) => middagmaaltijd.
⚧️das Mittagessen — zoals 'das Essen' (de maaltijd) is het onzijdig.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Vaak gebruikt als niet-telbaar zelfstandig naamwoord in de betekenis van 'lunch'; kan ook worden gebruikt in de werkwoordelijke uitdrukking 'zu Mittag essen'.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS