verb
huren
A1
mieten betekent ‘huren’ of ‘leasen’, bijvoorbeeld een woning, auto of apparaat. Het is een zwak, regelmatig werkwoord; voltooid deelwoord gemietet, met haben in de voltooide tijden. Niet wederkerig en niet scheidbaar. Veel gebruikt in contracten en alledaagse situaties.
Voorbeelden
Sie haben das Büro für drei Jahre gemietet.
Ze hebben het kantoor voor drie jaar gehuurd.
Der Student mietete die Wohnung, weil er sich in der Nähe der Universität besser konzentrieren konnte.
De student huurde het appartement omdat hij zich in de buurt van de universiteit beter kon concentreren.
Ich habe ein Zimmer gemietet.
Ik heb een kamer gehuurd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een contract tekent en sleutels krijgt om ‘huren’ te onthouden.
mieten — klinkt als ‘meet-en’ (meet + en).
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord; veel gebruikt in woon- en handelscontexten.