Mantel

noun
jas, mantel
A2

Mantel betekent ‘mantel’ of ‘overjas’, dus een bovenkledingstuk. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Mantel, meervoud die Mäntel. Regelmatige verbuiging met umlaut in het meervoud. Veelgebruikte uitdrukkingen: einen Mantel anziehen / ausziehen.

Voorbeelden

Im Winter trage ich einen dicken Mantel.
In de winter draag ik een dikke jas.
Im Winter brauche ich einen dicken Mantel.
In de winter heb ik een dikke jas nodig.
Als der Kunde den Mantel im Laden bezahlte, stellte die Verkäuferin fest, dass das Preisschild fehlte.
Toen de klant de jas in de winkel betaalde, merkte de verkoopster op dat het prijskaartje ontbrak.

Details

MeervoudMäntel

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Manteldie Mäntel
genitivedes Mantelsder Mäntel
dativedem Mantelden Mänteln
accusativeden Manteldie Mäntel

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een warme jas voor die aan een haak hangt.
👂Mantel lijkt op het Engelse «mantle» — denk aan een jas.
⚧️der Mantel — mannelijk: stel je een man voor die een jas draagt.

Opmerkingen

Meervoud: «Mäntel» met umlaut in het meervoud.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek