Laster

noun
ondeugd, slechte gewoonte
B1

Laster (m.) betekent ‘ondeugd’ of ‘slechte gewoonte’. Het meervoud is gelijk aan het enkelvoud: die Laster. Genitief enkelvoud: des Lasters. Het woord wordt gebruikt voor morele gebreken of hardnekkige slechte gewoonten, vaak wat plechtiger.

Voorbeelden

Sein größtes Laster ist, dass er immer zu viel isst.
Zijn grootste slechte gewoonte is dat hij altijd te veel eet.
Zigaretten gelten für viele als ein teures Laster.
Voor velen zijn sigaretten een dure ondeugd.
Die Polizei stoppte den Laster, weil er deutlich überladen war.
De politie stopte de vrachtwagen omdat hij duidelijk overbeladen was.

Details

MeervoudLaster

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Lasterdie Laster
genitivedes Lastersder Laster
dativedem Lasterden Lastern
accusativeden Lasterdie Laster

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een zware last op iemands schouders voor als symbool voor een moreel gebrek — dat is een Laster.
👂Denk aan «last» + «er» — iets dat iemand belast als een schadelijke gewoonte.
⚧️der (mannelijk) — stel je een man voor met het label «der Laster» om het lidwoord te onthouden.

Opmerkingen

Wordt vaak gebruikt om morele gebreken of hardnekkige slechte gewoonten te beschrijven. Kan zowel letterlijk als figuurlijk worden gebruikt; het meervoud «Laster» komt vaak voor bij het opsommen van ondeugden.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek