noun
controle, check, inspectie
B1
Kontrolle (v.) betekent ‘controle’, ‘check’ of ‘inspectie’. Meervoud: die Kontrollen. Het woord kan zowel abstract zijn (Kontrolle über etwas) als concreet, bijvoorbeeld een controle ter plaatse. Veel gebruikt in administratie, veiligheid en kwaliteitszorg.
Voorbeelden
Der Inspektor führte die Kontrolle durch, weil vorher Hinweise auf Mängel eingingen.
De inspecteur voerde de controle uit, omdat er eerder meldingen van gebreken waren binnengekomen.
Bei der Kontrolle wurde festgestellt, dass sein Ticket ungültig war.
Bij de controle werd vastgesteld dat zijn ticket ongeldig was.
Die Kontrolle am Flughafen dauerte lange.
De controle op de luchthaven duurde lang.
Details
Ezelsbruggetjes
Een klembord met vinkvakjes en een stempel ‘OK’.
Zoals het Engelse ‘control’ — Kontrolle klinkt heel vergelijkbaar.
die = veel zelfstandige naamwoorden op -e zijn vrouwelijk; stel je ‘die Kontrolle’ voor als de officiële ‘check’.
Opmerkingen
Kontrolle wordt in veel contexten gebruikt: veiligheidscontroles, kwaliteitscontrole, administratieve controles. Samenstellingen (bijv. Sicherheitskontrolle, Qualitätskontrolle) komen vaak voor.